
Hoofdfoto: Tanja Ruiter, Dorien de Groot en Iris Veldboer
KopGroep Bibliotheken blijft zich ontwikkelen, ook op het gebied van educatie. Met ‘De Bibliotheek op school’ bijvoorbeeld. Een landelijk concept dat een aanpak biedt voor effectief leesonderwijs vanuit de kracht van leesplezier. Op Kindcentrum De Terp in Wieringerwerf is dat duidelijk te merken.

Naast de boekenkasten in de klassen en fijne leeshoekjes, heeft het gebouw twee bibliotheken. Op de eerste verdieping staan tussen de boekenkasten twee grote picknicktafels, poefen, zitzakken en draaistoelen. In eerste instantie heeft niemand door dat in één van die draaistoelen een kind zit. De knieën opgetrokken, hoofd in een boek. ‘Leesplezier in de praktijk.’
Dorien de Groot is coördinator van het team educatie bij KopGroep Bibliotheken en houdt zich bezig met het primair en voortgezet onderwijs. Ze stuurt het team leesmediaconsulenten aan die samenwerken met tachtig scholen in de regio. ‘We zijn volop bezig met de implementatie van De Bibliotheek op school en sinds het begin van vorig schooljaar dus ook hier op Kindcentrum De Terp.’ Tanja Ruiter is één van de schoolleiders. ‘Op papier zijn we drie verschillende basisscholen’, vertelt ze. ‘Maar in de praktijk functioneren we als één school met negentien groepen.’ Het kindcentrum biedt daarnaast kinderopvang aan kinderen van 0 tot 4, buitenschoolse opvang en een peuterspeelzaal.
Dorien de Groot is coördinator van het team educatie bij KopGroep Bibliotheken en houdt zich bezig met het primair en voortgezet onderwijs. Ze stuurt het team leesmediaconsulenten aan die samenwerken met tachtig scholen in de regio. ‘We zijn volop bezig met de implementatie van De Bibliotheek op school en sinds het begin van vorig schooljaar dus ook hier op Kindcentrum De Terp.’ Tanja Ruiter is één van de schoolleiders. ‘Op papier zijn we drie verschillende basisscholen’, vertelt ze. ‘Maar in de praktijk functioneren we als één school met negentien groepen.’ Het kindcentrum biedt daarnaast kinderopvang aan kinderen van 0 tot 4, buitenschoolse opvang en een peuterspeelzaal.
In Wieringerwerf lag, zoals op veel plekken in Nederland, een uitdaging op taalgebied. Dorien: ‘Wij kregen als bibliotheek vanuit de overheid de kans om samen te werken met een aantal scholen die bij instroom gemiddeld veel leerlingen hebben met een achterstand. We zijn met die scholen in gesprek gegaan en konden die ondersteuning bieden op basis van een Impulssubsidie vanuit het Masterplan Basisvaardigheden. Hier in Wieringerwerf had één van de drie scholen, die nu samen De Terp vormen, zelf het initiatief al genomen. Een andere stond bij ons op de lijst om in gesprek te gaan. De verhuizing naar hetzelfde gebouw, bleek een perfect moment voor een gezamenlijke start. Op initiatief van Het Baken werd daarom als eerste de startsubsidie ‘De Bibliotheek op school’ aangevraagd. Dankzij die subsidie én een ontwikkelsubsidie voor De Triangel konden we de collectie vernieuwen en uitbreiden. Dat is supermooi. We pakken het nu in één keer goed aan.’
Structureel
Voorheen hadden de scholen allemaal een eigen bieb. Er waren wel programma’s in samenwerking met KopGroep Bibliotheken, maar dat zag er anders uit dan nu. Dorien: ‘We bieden verschillende losse lesprogramma’s. Die zijn gericht op het verhogen van leesplezier, want daar begint het en dan komt de leesvaardigheid vanzelf. Maar je kunt nóg meer bereiken in structurele samenwerking die zich meer richt op begeleiding van de leerkrachten. Hoe kun je leerlingen helpen een boek te vinden dat ze leuk vinden? Welke boeken kun je bij andere vakken gebruiken? Hoe kun je boeken inzetten om een thema uit te diepen?’
Dat is het idee van De Bibliotheek op school, een landelijk concept dat scholen ondersteuning biedt in het creëren van een positief leesklimaat, onder meer met een inspirerend boekenaanbod en ondersteuning van experts in lezen en media. Dorien: ‘Onze leesmediaconsulenten hier, Karin Doves en Marijn Visser, ondersteunen respectievelijk de scholen en de kinderopvang. Zo geeft Karin trainingen aan de leerkrachten over het gebruik van boeken in de lespraktijk. Het grote verschil is dat de leesmediaconsulent voorheen meer een gastdocent was. Die kwam iets leuks doen met de leerlingen en de eigen docent kon even wat anders doen. Maar eigenlijk is het belangrijk dat we juist die leerkracht ondersteunen. Zij zien de leerlingen het hele jaar door.’
Dat is het idee van De Bibliotheek op school, een landelijk concept dat scholen ondersteuning biedt in het creëren van een positief leesklimaat, onder meer met een inspirerend boekenaanbod en ondersteuning van experts in lezen en media. Dorien: ‘Onze leesmediaconsulenten hier, Karin Doves en Marijn Visser, ondersteunen respectievelijk de scholen en de kinderopvang. Zo geeft Karin trainingen aan de leerkrachten over het gebruik van boeken in de lespraktijk. Het grote verschil is dat de leesmediaconsulent voorheen meer een gastdocent was. Die kwam iets leuks doen met de leerlingen en de eigen docent kon even wat anders doen. Maar eigenlijk is het belangrijk dat we juist die leerkracht ondersteunen. Zij zien de leerlingen het hele jaar door.’
Tanja vertelt: ‘Karin en Marijn hebben ook bijgedragen aan onze themacafés voor ouders, waar ze hen voorlichting hebben gegeven over lezen en voorlezen. Ze hadden onder meer prentenboeken mee en zelfs in verschillende talen. We hebben hier ouders met veel verschillende achtergronden en voorlezen hoeft niet per se in het Nederlands om het leesplezier te bevorderen.’ Dorien: ‘Door de steun van de gemeente Hollands Kroon hebben we ook in de bibliotheekvestigingen kunnen investeren in meertalige boeken. We wijzen ouders er dan ook op dat ze ook zelf bij de bieb terecht kunnen.’ Iris Veldboer is locatieleider op De Terp en houdt zich bezig met alle praktische zaken voor alle drie de scholen. Ze vertelt: ‘De samenwerking met KopGroep Bibliotheken bevalt heel goed. Het contact met Karin is erg fijn. We kunnen haar altijd mailen of bellen. Overigens vinden de leerlingen het wel héél erg leuk als ze langskomt om iets met de groep te doen. Daar zijn de kinderen altijd wildenthousiast over en wat ons betreft houden we dat erin. Maar het is goed dat haar begeleiding zich ook op de collega’s richt.’ Dorien reageert daarop: ‘Dat soort dingen zijn heel belangrijk om te bespreken. Je moet het samen doen. Dan gaat het leven en dan kan het gaan vliegen.’ Wat ook op enthousiasme van de leerlingen kan rekenen zijn de auteursbezoeken. Dorien: ‘We hebben er afgelopen jaar vier op deze scholen georganiseerd. De kinderen gaan daar helemaal op aan. Ze willen allemaal direct hun boeken lezen.’
Leesbrillen en rekenbrillen
Tanja schetst hoe het leesklimaat er tegenwoordig uitziet. ‘We proberen vanaf de jongste kinderen al met lezen en schrijven bezig te zijn. In alle klassen liggen boeken. In groep 1 en 2 bijvoorbeeld kun je in de bouwhoek al boekjes neerleggen over hoe je een mooi bouwwerk maakt. Maar ook in de huishoek zijn teksten te vinden. Het zit overal doorheen verweven zodat kinderen steeds in aanraking komen met taal en tekst.’ Er wordt natuurlijk ook gezamenlijk gelezen. ‘Bijvoorbeeld met hulp van een kamishibai vertelkastje. Daarbij lees je niet zozeer voor, maar vertel je met behulp van prenten, lichaamstaal en mimiek. Verder maken we gebruik van hand- en vingerpoppen en bijvoorbeeld interactief voorlezen, waarbij meer ruimte is om met de leerlingen in gesprek te gaan.’
Tanja geeft een kleine rondleiding en laat een klas zien met een boekenkast, boekenposters, lekkere leesplekken en zelfs twee kunststof kuipen waar kinderen in weg kunnen kruipen. De vorm van de kuip dempt het geluid van de rest van de klas en creëert een knusse eigen plek. ‘Dit is echt voor kinderen die zelf al lezen. We kiezen bewust niet alleen voor AVI-boeken, maar ook voor strip- en prentenboeken om ze te stimuleren. Bovendien proberen we leerkrachten aan te moedigen niet alleen met hun taalbril naar boeken te kijken, maar ook met een rekenbril. Misschien zit er in een prentenboek wel iets dat je daar heel handig voor kunt gebruiken.’
Tanja geeft een kleine rondleiding en laat een klas zien met een boekenkast, boekenposters, lekkere leesplekken en zelfs twee kunststof kuipen waar kinderen in weg kunnen kruipen. De vorm van de kuip dempt het geluid van de rest van de klas en creëert een knusse eigen plek. ‘Dit is echt voor kinderen die zelf al lezen. We kiezen bewust niet alleen voor AVI-boeken, maar ook voor strip- en prentenboeken om ze te stimuleren. Bovendien proberen we leerkrachten aan te moedigen niet alleen met hun taalbril naar boeken te kijken, maar ook met een rekenbril. Misschien zit er in een prentenboek wel iets dat je daar heel handig voor kunt gebruiken.’

De scholen van De Terp hebben een eigen leescoördinator. Een collega, die een deel van de tijd besteedt aan het lezen op school en onlosmakelijk deel uitmaakt van de samenwerking tussen de school en de bibliotheek. KopGroep Bibliotheken biedt de mogelijkheid daarvoor een opleiding te volgen. Iris vertelt over hun eigen leescoördinator: ‘Ze kon vandaag niet aanwezig zijn, maar ze is heel belangrijk in dit geheel. Astrid Moras is een bevlogen collega, die steeds weer nieuwe ideeën heeft. Heel initiatiefrijk. Ze is veel bezig geweest met de indeling van de bibliotheek om het zo aantrekkelijk en overzichtelijk mogelijk te maken, maar ze is ook steeds in gesprek met collega’s, neemt de leestoetsen af en houdt in de gaten of we doen wat we moeten doen.’

Blijven
Het lijkt zijn vruchten af te werpen. Iris: ‘Je kunt heel duidelijk zien dat het plezier van leerkracht van grote invloed is. We hebben nu drie Leraar in opleiding-stagiaires rondlopen en die doen alle drie onderzoek op het gebied van lezen. We merken dat hun enthousiasme overslaat op de leerlingen. Het is ontzettend leuk om te zien dat leerlingen graag een boek willen uitzoeken en ook om specifieke titels vragen. Die proberen we dan aan te vragen. Dat is natuurlijk geen meetbaar resultaat, maar dat ze het willen is eigenlijk al heel wat.’ Dorien: ‘Er is een mooie uitspraak: niet-lezers bestaan niet. Ze hebben gewoon het juiste boek nog niet gevonden. Je ziet hier dat het lukt om dat boek wél te vinden.’ Iris lacht. ‘Heel soms heb je een leerling die het écht heel lastig vindt. Maar zelfs die leerling kun je uiteindelijk iets bieden. Bij de leerling waar ik nu aan denk bleek het onderwerp paarden de gouden greep. Ik hoop dat ze de overstap nog maakt naar andere onderwerpen, maar ze leest nu wel.’ Dorien vult aan: ‘Vroeger werd ervan uitgegaan dat je ‘echte boeken’ moet lezen. Maar eigenlijk dragen alle soorten boeken bij. Ook strip- en luisterboeken of informatieve boeken.’
De Terp gaat gestaag verder. Tanja: ‘Een volgende stap is goed onderzoeken wat nog nodig is. Boeken voor kinderen met dyslexie bijvoorbeeld, waarbij Karin ons met haar expertise op het gebied van collectie ondersteunt. We hebben een subsidie aangevraagd bij de gemeente, vanuit het Gemeentelijk Onderwijsachterstandsbeleid om onder meer de collectie uit te breiden.’ Want terugkijken is leuk, maar iedereen wil door. ‘We hebben met de start van het kindcentrum ook een heel mooie start kunnen maken op het gebied van lezen’, zegt Tanja. ‘Nu is het zaak in gesprek te blijven. Blijven zoeken, blijven uitproberen, blijven monitoren en samen met KopGroep Bibliotheken blijven innoveren.’