6/13

Mét jongeren,
zonder boetes.
De bieb is
voor iedereen

KopGroep Bibliotheken is er voor alle inwoners van de regio. Om de drempels zo ver mogelijk te verlagen werden in 2025 een paar belangrijke veranderingen doorgevoerd. Zo is het nu mogelijk om volledige boetevrij te lenen en blijven jongeren tot en met hun 25e gratis lid. Ondertussen wist KopGroep Bibliotheken die laatste doelgroep opnieuw beter te bereiken.

Margo Slot, manager Educatie, Programmering en Basisvaardigheden is erg blij met de ontwikkelingen. ‘En dat begint’ vertelt ze, ‘met de toekenning van de decentralisatiegelden door alle vier de KopGroepgemeenten. Alleen daardoor konden we dit doen.’ Het gaat onder meer over het verruimen van het jongerenabonnement. ‘Voorheen kregen jongeren voor hun achttiende een uitnodiging om hun gratis jeugdabonnement om te zetten in een betaald jongerenabonnement. Dat was voor een speciaal tarief van 25 euro. Nu kunnen ze gratis lid blijven tot hun 26e.’

KopGroep Bibliotheken wil jongeren stimuleren hun lidmaatschap ook echt te gebruiken. Margo: ‘Nu ze lid blijven kunnen we ze op de hoogte houden van wat we allemaal te bieden hebben. We hebben ook de collectie uitgebreid. Dat was al ingezet met een Mangacollectie en inmiddels zijn daar ook meer Engelstalige, ‘lezen voor de lijst’- en Young Adult-boeken bijgekomen.’

Een jongerenabonnement van 25 euro klinkt niet overdreven duur. ‘Voor jongeren is dat wel duur. Geld is geld, zeker als je nog niet veel verdient en dan maak je al snel andere keuzes. Maar toegang tot de bibliotheek is zo essentieel voor je ontwikkeling. Eigenlijk zouden we dat het liefst voor iedereen gratis maken.’

Kom maar

Hoewel volledig gratis lidmaatschap nog niet mogelijk is, is er wel een andere belangrijke stap gemaakt. Sinds september 2025 kunnen alle abonnees boetevrij lenen. Margo: ‘Wat voor jongeren geldt, geldt natuurlijk voor veel doelgroepen. We weten dat een mogelijke boete een drempel kan zijn, juist ook voor gezinnen. Ouders met kleinere beurzen vermijden de bibliotheek precies om die reden.’ Een boete van 10 cent per geleend materiaal per dag, klinkt niet direct als een hoog bedrag. Maar in een gezin met drie kinderen, die zes boeken lenen en een week te laat zijn, telt het snel op. ‘Die drempel wilden we wegnemen. Eigenlijk zeggen we nu: Kom maar gewoon. Gebruik wat je nodig hebt. Er komen geen onvoorziene kosten bij.’

Margo noemde het belang van de decentralisatiegelden al. Ze legt uit: ‘Gemeenten hebben vanaf 2027 een zorgplicht voor voldoende en volwaardige bibliotheken. In de aanloop daar naartoe hebben ze extra gelden gekregen. KopGroep Bibliotheken kon de nodige ontwikkelingen daarmee alvast inzetten. We zijn natuurlijk één bibliotheekorganisatie. Veranderingen als boetevrij lenen en een gratis jongerenabonnement kun je niet in de ene gemeente wel doorvoeren en de andere niet. We zijn dan ook erg blij dat alle vier de KopGroepgemeenten ons de gelden volledig hebben gegund.’

Frisse blik

Van het consultatiebureau en de kinderopvang tot en met het voortgezet onderwijs liggen er mooie samenwerkingen die kinderen in aanraking brengen met de bibliotheek. De jongerendoelgroep is lastiger te bereiken. KopGroep Bibliotheken wilde meer dan alleen een verruiming van het gratis lidmaatschap en is in 2025 ook begonnen met meer activiteiten en een uitbreiding van de collectie. Dat gebeurde onder meer met ondersteuning van trainee Maxime Frerichs. Ze vertelt: ‘De bibliotheekbranche heeft een tekort aan jonge medewerkers. Daarbij gaat een groot deel in de komende tien jaar met pensioen. Tegelijkertijd is er behoefte aan mensen met ervaring, iets dat jonge mensen juist niet hebben. Probiblio, de provinciale serviceorganisatie voor bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland, is daarom een traineeship gestart voor pas afgestudeerden, dat ze enthousiasmeert voor de branche en de kans biedt om naast de trainingen ervaring op te doen in het werkveld.’
Het traineeship duurt twee jaar en bestaat uit drie periodes van acht maanden, elk bij een andere bibliotheek en met een andere opdracht. ‘KopGroep Bibliotheken was mijn tweede plek’, vertelt ze. ‘Tijdens de eerste in Amsterdam heb ik onderzocht hoe de samenwerking met vrijwilligers verliep. Op dit moment doe ik een onderzoek naar diversiteit en inclusie binnen de bibliotheek in de Zaanstreek. En daartussen mocht ik me bij KopGroep Bibliotheken richten op jongeren.’ Het traineeship van Probiblio leidt dus mensen op. De bibliotheken hebben daar op langere termijn baat bij op personeelsgebied, maar het brengt ze ook iets op korte termijn. Maxime: ‘Wat je toegevoegde waarde is, hangt van de vraag af. Maar wat in elk geval belangrijk is, is het netwerk van trainees. We zijn met z’n achten en we zien allemaal drie bibliotheken. Soms overlappen die, maar het betekent dat we overal connecties hebben. Als er iets speelt in de ene bibliotheek, kan het goed zijn dat één van ons weet hoe ze daar in de andere bibliotheek mee omgaan. Onze korte lijntjes zijn heel handig.’ Margo: ‘En je hebt een frisse blik. Je ziet dingen die wij allang niet meer zien. Het is heel waardevol dat je daar vragen over stelt.’
Margo Slot en Maxime Frerichs

Nóg niet

Maxime studeerde toegepaste psychologie. Dat lijkt misschien ver van het bibliotheekwezen af te liggen, maar de kennis komt juist goed van pas. ‘Toegepaste psychologie gaat over gedragsinterventies. Eigenlijk is de bibliotheek één grote gedragsinterventie. Hoe krijgen we mensen naar de bieb? Hoe bereiken wie die mensen? Hoe stel je een collectie samen die aansluit bij de behoefte? Als je het specifiek toepast op jongeren is zichtbaarheid een heel belangrijke interventie. Vroeger had je van die flitsreclames. Door flitsen van een bepaald product te laten zien, waren mensen zich niet eens bewust dat ze het hadden gezien, maar ze kregen wel zin in dat product. Dat geeft maar aan hoeveel invloed een beetje zichtbaarheid heeft.’ Ze vertelt dat jongeren de bibliotheek te weinig op hun netvlies hebben als een plek waar zij iets kunnen vinden. Margo lachend: ‘Misschien moeten we de flitsreclame maar weer invoeren.’

Gelukkig is dat niet nodig. Maxime mocht zich bezighouden met jongerenprogrammering. Ze vertelt: ‘Ik heb jongeren gesproken en ik heb events georganiseerd. Dat deed ik naast elkaar, wat heel prettig was. Ik mocht echt dingen uitproberen, nog tijdens mijn onderzoek. De book swap bijvoorbeeld, waar eigenlijk niemand op af kwam.’ Dat nuanceert ze. ‘Nóg niemand op af kwam. Ik denk dat het best jongeren zou kunnen trekken als we wat verder zijn. Er is nu bijvoorbeeld een boekenclub opgezet. Als die goed loopt, heb je ook je eerste bezoekers voor een book swap.’

Maxime zocht onder meer contact met jongeren binnen de bibliotheek, via de jongerenraad van Scholen aan Zee, de Helderse Jongerenadviesraad en ze ging naar de Make Impact beurs in Hollands Kroon. ‘Jongeren zijn net mensen’, zegt ze een beetje gekscherend. ‘Ze hebben allemaal hun eigen behoeften en interesses. Wat wel steeds opvalt is dat ze het spannend vinden ergens heen te gaan waar ze niemand kennen. Het is dus belangrijk dat we iets organiseren dat veilig voelt. De juiste mensen bij elkaar brengen is belangrijk, naast een voor hen interessante inhoud.’ Wat haar betreft hoeft overigens niet alles met lezen te maken te hebben. ‘We hebben dat nu wel zo veel mogelijk gedaan, maar ik heb in mijn advies opgenomen dat activiteiten buiten de comfortzone ook interessant kunnen zijn. Het imago van de bibliotheek is er nog vaak één van een plek waar je komt om te lezen en waar je stil moet zijn. Ik denk dat het heel goed is als ze die plek ook gaan associëren met plezier.’

Steigers

Maxime organiseerde twee avonden met boekverfilmingen en in samenwerking met Triade een bijeenkomst rond het spel Dungeons & Dragons. ‘Dat was heel leuk. De collega's van Triade waren zo enthousiast en prettig om mee samen te werken. We hadden op drie plekken spelvarianten, waarvan een onder leiding van de Mythemakers. Er was een hoek waar je zelf dobbelsteenzakjes kon maken en figuurtjes kon beschilderen en er waren verkoopkraampjes. We hebben er heel goede reacties op gekregen.’ Margo: ‘Die samenwerkingen zijn heel belangrijk voor ons. Door iets van meer kanten aan te vliegen kun je er echt iets moois van maken.’ Maxime: ‘Zo moet het ook zijn. Geen van de organisaties is bezig voor zichzelf. Het gaat allemaal om de inwoners. Dan is het zonde als je allemaal afzonderlijk probeert iets voor elkaar te krijgen.’

De eerste filmavond die Maxime organiseerde werd goed bezocht. ‘Die was voor jongeren vanaf 12 jaar. De tweede was vanaf 16 jaar en werd goed ontvangen, maar het was niet heel druk. Simpelweg omdat de doelgroep niet wist dat het er was.’
Margo: ‘Het vraagt een heel andere communicatiestrategie dan we gewend zijn, via de juiste kanalen. En dan hebben we het niet alleen over hoe we ze bereiken, maar ook over hoe we verbinding met elkaar opbouwen. Hoe zorg je dat ze terug blijven komen? Daarom werven we twee ‘Programmamakers Jongeren’ en gaan we verder met participatie en waar mogelijk co-creatie.’ Maxime: ‘Uiteindelijk werkt mond tot mond reclame het beste. Mensen enthousiasmeren en mee laten denken, die het dan weer doorvertellen. Dat kost tijd, maar daarmee bereik je ze wel.’

Margo voegt daar nog iets aan toe: ‘We hebben als medewerkers ook iets te doen. Vroeger was de bibliotheek een redelijk stille plek. Als er een groepje jongeren binnenkomt, kan dat reuring geven. Maar we willen ze graag welkom heten, dus daar gaan we meer ruimte aan geven. We hebben een mooie lezing gehad van Yvonne Sark van Young Works die heel goed uiteen zette dat dé jongere niet bestaat. Ze zijn allemaal anders en je probeert in die verschillen zo goed mogelijk te voorzien, net als voor volwassenen.’ Ze kijkt naar Maxime. ‘Dat heeft ze zo voor ons in de steigers gezet dat wij de komende tijd verder kunnen bouwen.’